|
|
Het plan was winter klimmen in Chamonix, maar na 5 dagen ploeteren in de sneeuw en niets klimmen besloten we om naar de Ecrins te gaan. In de Ceillac hebben we drie dagen kunnen ijsklimmen. Vandaag was het te warm maar we hebben een nieuwe tocht gevonden van twee dagen waar we morgen aan gaan beginnen. Als het weer mee zit dan kunnen we vrijdag en zaterdag nog wat ijsklimmen en rijden we zondag weer naar Nederland.

De eerste week van de vakantie hebben we in Chamonix doorgebracht. De eerste route die ik daar klom was de Papilionsgrat, een eenvoudige beklimming van 12 touwlengtes. Ik klom met Bas en Nans, we stapten vrij laat in de route maar dat kon geen kwaad want ‘s ochtends is de route erg druk met mensen die hem klimmen en dan de zelfde dag nog met de lift terug naar beneden willen. Wij zouden niet naar beneden gaan want we kampeerden bij het tussenstation. Aangezien het mijn eerste route was in Chamonix moest ik erg wennen aan het graniet en de stijl van klimmen. Halverwege de route zit een lengte vijfdegraads, hier klommen we een beetje verkeerd maar uiteindelijk lukte het wel en kwamen we weer in de route terecht. De afdaling kon op twee manieren of via de linker wand abseilen of via de rechterwand 1 lengte abseilen en dan lopen. We kozen voor het laatste omdat we eerder al mensen hadden zien abseilen via de linker wand en bij hen kwam het touw nogal vaak vast te zitten.
Twee dagen later klom ik de route nogmaals maar nu met Saskia, ik wist de route nu eenvoudig te vinden en we klommen heel relaxed achter de karavaan van klimmers aan. We moesten nog wel een beetje voort maken aan het einde want wilden die avond met de lift naar het dal om de volgende ochtend af te reizen richting Italië.

Tijdens de tweede week van onze alpen stage hebben we Italië een bezoek gebracht. Het plan was om de Matterhorn te beklimmen. In Chamonix hadden we nog snel even een topo van alle 4000-ders van de alpen gekocht en daar in stonden twee routes vanaf de Italiaanse kant beschreven. De Liongraat en de zuid-west pijler, de Liongraat werd als erg druk beschreven en daar hebben wij een hekel aan dus besloten we de zuidwest pijler te gaan beklimmen, want deze werd als zeer rustig beschreven. Het is misschien wel aardig om te vermelden dat de topo door Engelsen was geschreven, ik kom hier later nog op terug.
Het plan was in de hut te gaan slapen maar na een telefoontje uit het dal bleek dat de hut voor een jaar gesloten was. Een blik op de kaart liet zien dat er een meertje naast de hut moest zijn dus de tenten werden weer op de rugzak gebonden en we kochten eten in om weer een aantal dagen te gaan bivakkeren. Met de lift het eerste stuk omhoog en dan nog een uurtje lopen en we stonden onder aan de voet van de Matterhorn. Onze bivak plek was geweldig, naast een mooi meertje en met uitzicht op de route konden we genieten van de steenbokken die ‘s avonds een toneelstuk opvoerden.
Na aankomst in het bivak besloten we om de aanloop naar de route te gaan verkennen, we moesten namelijk een stuk gletsjer oversteken. Dit deel wilden we graag in het donker lopen dus we hoopten dat het mogelijk zou zijn een spoor aan te leggen voor de volgende dag. Dit bleek te gaan al moesten vlak voor het einde van de gletsjer snel rechtsomkeer maken want er kwamen wat stenen uit de wand zetten.

De volgende ochtend vertrokken we om een uur of 4, de aanloop liep voorspoedig en we konden over de gletsjer lekker doorlopen door het spoor van de vorige dag. De sneeuw was zo vroeg in de ochtend nog hard dus dat liep prima. Eenmaal bij de wand aangekomen zagen we gelijk al dat het niet echt zo eenvoudig zou gaan worden als dat de topo deed geloven. Wel hadden Bas, Saskia en ik er alle vertrouwen in dat we de route zouden klimmen en dat we de top zouden gaan halen. We klommen door losse zooi naar iets dat voor ons de peiler kon zijn, er was niets terug te vinden van eerdere beklimmingen, geen haken of oude touwtjes niets. We besloten aan lopende touw zekering te gaan want het was allemaal derdegraads terrein en dat zou veel sneller zijn. Na een paar lengtes merkten we dat we helemaal niet op de peiler zaten maar dat we midden in de wand zaten. We keken rechts van ons naar de peiler maar zagen al snel dat we daar nooit konden komen, er lag veel glazuur (ijs) op de rots en het terrein was erg brak en los. We besloten nog maar wat door de wand omhoog te klimmen en hoopten daar beter terrein aan te treffen. Op een gegeven moment stuiten we op een sneeuw veld van zo’n 30 meter dus de D schoenen moesten weer even aan. Na het sneeuwveld nog maar wat omhoog door de wand en toen vond Bas een mooie doorgang naar de peiler. Eenmaal op de peiler belanden we in een soort puin stort plaats, alles lag los niets was af te zekeren en wij dachten maar dat die wand slecht was.

Na een paar lengtes te hebben overleefd kwamen we aan bij de grote sneeuw band onder Pic Tyndel, de enige touwlengte vijfdegraads zou nu moeten komen, deze zat echter vol met ijs en sneeuw. We besloten ons geluk maar wee in de wand te gaan beproeven en jawel hoor 50 meter naar links vond Bas een mooie lengte naar boven. Eenmaal weer terug op de peiler begon de ellende weer, alleen maar losse zooi, dit zou zo nog 4 touwlengtes door gaan tot op Pic Tyndel. Vanaf Pic Tyndel zouden we de normale route over de Liongraat weer gaan volgen.
Eenmaal op Pic Tyndel was het al half vijf, het afdalen van dit punt naar de bivak hut zou zo’n vier uur duren, dit samen met het feit dat we gesloopt waren van de hele dag heel voorzichtig klimmen omdat echt alles los lag, besloten we af te gaan dalen. Vanaf Pic Tyndel klim je normaal door naar de hoofdtop, dit is nog een paar uur klimmen maar ook zeker 3 uur extra afdalen. Wel bereikte ik op Pic Tyndel mijn hoogte record (4241 meter). Na ongeveer vier uur afdalen kwamen we gesloopt en uitgeput aan bij de bivak hut. Deze zat door het mooie weer prop vol dus wij moesten in de eetkamer op een paar banken en tafels slapen, samen met nog ongeveer 20 anderen. De volgende ochtend daalden we verder af over de Liongraat naar ons bivak bij het meertje, daar konden we eindelijk weer eten want op de berg hadden we alleen wat repen meegenomen. We klommen namelijk volgens ons nieuwe motto “Light and Fast”, dit betekend voor ons net genoeg meenemen om weer heel beneden te komen.
Eenmaal weer in het dal begon bij ons door te dringen dat we er goed vanaf waren gekomen en dat het allemaal best wel eens fout had kunnen gaan. Deze gedachte werd nog eens extra gevoed doordat de dag er voor de hele dag helikopters langs de berg vlogen en wij daar maar op zaten te schelden. De topo had met geen woord gerept over slechte zekeringen en losse zooi, maar ja die Engelsen schijnen daar wel een handje van te hebben, die vind dat gewoon avontuurlijk. Zo’n topo moet je dus wel een beetje met een korreltje zout nemen in de toekomst.
Nu tijdens het schrijven van mijn post, waar ik eigenlijk aan begon na het ontvangen van een email van Bas. In een mail stuurde hij mij een link naar een artikel op bergredding.nl in dit artikel staat beschreven dat de Liongraat nu gesloten is omdat het te gevaarlijk is geworden. Na het deze zomer zelf te hebben ervaren kan ik dit wel begrijpen.
Toen we in het lift station zaten bij te komen van onze beklimming van de Grand Capucin realiseerden we ons dat we nog een paar dagen hadden voordat we weer richting Nederland zouden reizen. Bas en ik besloten dat de vakantie moest worden afgesloten met een lange tocht. Aangezien we niet heel erg veel dagen meer hadden besloten we dat we bij het tussenstation zouden kamperen, hier begonnen we de vakantie ook dus leek dit ook de geschikte plek om de vakantie af te sluiten. We gingen de routes is langs die we dan konden klimmen, al snel bleek dat er eigenlijk maar twee mogelijkheden waren. De Grand Charmoz of de Frendo pijler, na wat wikken en wegen en wat getijfel van mijn kant besloten we de Grand Charmoz te beklimmen.
De volgende ochtend ging de wekker om 3:00 uur we aten wat en vertrokken om 3:30. Volgens de topo was het namelijk minimaal 2 uur lopen tot de wand dus wij dachten om 5:30 bij de wand aan te komen als het net licht zou worden. In werkelijkheid was het iets korter lopen dus zaten we onder aan de korte maar met spleten en stenen bezaaide gletsjer te wachten tot het licht zou worden. We zaten samen tegen een steen half weg te dutten tot dat we opeens een steen naar beneden hoorden komen, het leek wel of er een raket langs kwam. In het pik donker sprongen we allebei op en tuurden met onze petzel lampjes omhoog. Natuurlijk zagen we niets, en dat maakte het eigelijk alleen maar enger. We besloten om direct verder te lopen, dan maar in het donker over de spleten, snel de veiligheid van de wand opzoeken. De stenen kwamen namelijk van 400 meter hoger uit een andere wand.
Eenmaal in de route konden we eindelijk echt genieten van prachtig Chamonix graniet. De ene lengte was nog mooier dan de ander. We kwamen echt alles tegen wat Chamonix te bieden heeft, jammen in perfecte spleten, plaat met grijs graniet super wrijving, offwidth waar de cams niet meer in konden, 8 lengtes hoekversnijding achter elkaar, etc. Na 8 uur klimmen stonden we op de top en weer 4 uur later stonden we weer beneden. Het abseilen over de route was een hel, de helft van de tijd kwam het touw vast te zitten en konden we weer terug klimmen.
Eenmaal beneden drong direct weer tot ons door dat we nog door de steenslag zone terug moesten want we hoorden de stenen al weer naar beneden suizen. We besloten om niet aan touw te gaan want gletsjer bleek bij licht heel overzichtelijk te zijn, en zo konden we rennen naar een morenen graad waar we weer veilig zouden zijn. Halverwege de traverse hoorden we plotseling een dof gedonder van boven komen en zagen we ongeveer 200 meter links van ons een steen ter grote van een minivan naar beneden komen. Op het moment dat deze op de grond kwam sprong er een blok ter grote van een skippybal weg in onze richting. Ik zette het op een rennen en Bas dook weg achter een groot blok. Achteraf hoorde ik van Bas dat de steen precies tussen ons in was ingeslagen (we stonden misschien net 10 meter uit elkaar). We renden verder naar de morenen graad en keken nog 1 keer terug op de wand. Gelukkig blijf zo’n mooie beklimming je langer bij dan de stenen die je er na moet ontwijken.
Twee uur later waren we weer terug bij de tent en konden we genieten van een bord brinta want al het andere eten was al op. Vermoeid maar zeker erg voldaan en gelukkig doken we de tent in, de volgende dag daalden we af naar Chamonix waar we nog net de ceremonie van het jaarlijks Fete de Guides evenement konden bijwonen. Middags stapten we in de auto en reden we na drie weken klimmen terug naar Nederland.


Kampeer plek in de bergen bij Chamonix (tussen station lift).
Ik ben deze zomer 3 weken in de Alpen geweest. Daar van heb ik twee weken in Chamonix doorgebracht en 1 week in Italie. Zoals al eerder vermeld op mijn blog beklommen we in Italie de Noordwand  van de Gran Paradiso. Ik heb echter nog meer beklimmingen gemaakt, even een lijstje:
- Aguille du Peigne, Papilionsgrat (D+,V+,12 TL)
- Aguille du Peigne, Contamine/Vaucher (TD,6a,16 TL) afgebroken na 13 touwlengtes
- Matterhorn, Zuidwest pijler tot Pic Tyndel (D, IV+, 850m)
- Gran Paradiso, Noordwand (D, 55 graden, 400 m)
- Grand Capucin, Swiss route (ED-,VII/A0, 11TL)
- Grand Charmoz, westwand,Cordierpijler (TD,VI+,650 m, 24 TL)
Later zal ik de tochten wat uitgebreider beschrijven als ook alle fotos van mijn klimmaatjes beschikbaar zijn.

projecten in “May Flower 6c+”
Om  ons goed voor te bereiden op onze komende alpen stage zijn we 3 dagen naar Ettringen geweest. Dit betekende nog even klimmen in spleten op nuts en friends. En natuurlijk even alle branders testen en dat bleek nodig te zijn want de benzine brander lekte bij het kraantje. Dus op zaterdag ochtend snel naar outdoor winkel in Koblenz om wat onderdelen te kopen en alles werkte weer. Ik ben nu weer thuis en ben al mijn spullen aan te pakken want morgen ochtend vertrekken we richting Chamonix. Hopelijk hebben we goed weer en kunnen we drie weken lekker klimmen.
|
|
Comments